kawinaband

mannelijk (de)/kaˈwinaˌbɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekgroep die Surinaamse dansmuziek speelt
    Hij begeleidde zich op het gitaarachtige snaarinstrument cuatro en speelde vooral kawina en soms ook kaseko. Hij en zijn band traden op als Big Jones & His Kawinaband.
    Met de kawinaband van NAKS trad hij ook op in folkloristische shows in de Cariben, Latijns-Amerika en Europa.