katje
/ˈkɑcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- benaming voor de bloeiwijze van sommige planten en bomen
- (buikpotigen) benaming voor verschillende soorten slakken uit de familie met glanzend gekleurde schelpen, gebruikt voor versiering en als ruilmiddel
Etymologie
*[3] omdat vorm en kleur soms doen denken aan een liggende kat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek