kartets
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑrˈtɛts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bus met kogels die men met een houwitser of een kanon wegschietOp dat moment openden de Zweden het vuur met kartets.
- grote mooie knikker
Etymologie
*via "Kartätsche" van "cartuccia"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek