Karekiet

mannelijk (de)/ˌkarəˈkit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) benaming voor vogels uit het geslacht van de familie
    In het riet klonk de roep van een karekiet.

Etymologie

* (klanknabootsing), in de betekenis van ‘zangvogel’ aangetroffen vanaf 1779

Vertalingen

Engelsreed warbler
DuitsRohrsänger