kardinaalshoed

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel (hoofddeksel) rode, breedgerande, aan weerszijden met vijftien rode kwasten versierde hoed, een van de tekenen van de kardinaalswaardigheid
  2. plantkunde (plantkunde) heester uit het geslacht

Vertalingen

Spaansbonete de cura, bonetero, evónimo
Zweedskardinalshatt