Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kardamom

mannelijk (de)/ˈkɑrdaˌmɔm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) bepaald soort plant waarvan de zaden en zaaddozen als specerij gebruikt worden, , verwant aan gember
  2. specerij (specerij) zaden en zaaddozen van
    Veel van de specerijen die in speculaaskruiden zitten, worden ook gebruikt in de door Toub zo geliefde en geprezen Arabische keuken. ,,Met name kaneel, kardamom en gember. En een beetje witte peper geeft een lekker accent.”
    Elk seizoen krijgt dus zijn eigen gin. Herfst en winter zijn al verschenen. Autumn Forest Dry Gin heeft een bijzonder rijk aroma met vooral lavendel en kardamom die overheersen. De kardamom komt ook sterk terug in de smaak, naast zure mandarijntjes en lichtjes zoete peertoetsen.

Etymologie

*via Middelnederlands "cardamome" en "cardamome" van Latijn "cardamomum" dat teruggat op "καρδάμωμον" (kardámoomon) "nieskruid"