kapper

mannelijk (de)/ˈkɑpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt, haarkapper
  2. iemand die kapt of hakt
  3. gereedschap dat kapt of hakt
  4. voeding, tuinbouw (voeding) (tuinbouw) een in Zuid-Europa voorkomende heester waarvan de ingelegde bloemknoppen worden gebruikt in o.m. kappertjessaus etc.

Etymologie

* van kappen

Vertalingen

Engelshairdresser, barber
Franscoiffeur
DuitsFriseur
Spaanspeluquero, barbero
Italiaansparrucchiere
Portugeescabeleireiro
Russischпарикмахер
Japans美容師
Turkskuaför, berber
Poolsfryzjer
Zweedsbarberare
Deensbarber