kappen
/'kɑpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het hoofdhaar knippen en in model brengen
- (ov) een boom onderaan met een bijl hakken tot die omvaltVoordat een perceel bos dat onder de Boswet valt wordt gekapt, moet een kapmelding gedaan worden.
- (ov) met een snelle slag met een mes of bijl een verbinding verbrekenHij kapte de hopeloos vastzittende ankerlijn.
- (erga) ~ met iets: ophouden met iets te doenHij was er lang enige tijd mee gekapt.
Etymologie
* In de betekenis van ‘haar opmaken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1717
Uitdrukkingen
- kappen met — ergens voorgoed mee ophouden
Vertalingen
Engelschop
Duitsfrisieren, fällen, kappen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek