kanon

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een instrument om explosieve projectielen weg te schieten
    De vuursnelheid van het kanon werd aanzienlijk verhoogd.
  2. een drinkglas met dikke bodem of voet, gebruikt bij heildronken

Etymologie

*Van Italiaans canna (buis). Op zijn beurt van Latijn canna (riet). Van Grieks kanna, verwant met Hebreeuws qane en Arabisch qanah (betekenis steeds: riet).

Uitdrukkingen

  • Met een kanon op een mug schietenOphef maken om niks
  • Je kunt er een kanon afschietenHet is er heel stil; er is (bijna) niemand

Vertalingen

Engelscannon
Franscanon
DuitsKanone
Spaanscañón
Italiaanscannone
Zweedskanon