kankerhoer

vrouwelijk (de)/ˈkɑŋkərˌhur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vulgair, scheldwoord (vulgair) (scheldwoord) verachtelijke vrouw
    Je bent een kankerhoer!
    Overdag woont de 27-jarige bewoonster van het Ed Pelsterpark in haar droomwijk: ze gaat naar yoga, dan naar de bakker en wandelen in het park. Maar ’s avonds loopt ze liever zo vlug mogelijk van de bus naar haar huis. Ze heeft namelijk geen zin om door jongens in zwarte kleding voor ‘kankerhoer’ uitgemaakt te worden.[https://www.parool.nl/amsterdam/nu-zijn-het-auto-s-en-scooters-maar-op-ijburg-west-is-het-elke-paar-maanden-raak-met-jongeren-ze-zeiden-dat-ze-me-door-mijn-kop-gingen-schieten~bf7f4426/ www.parool.nl (20 dec 2025)]
    Sandy steekt haar hand op. „Mag ik proberen te praten? Mijn zoon noemt mij een kankerhoer. Hij is echt agressief tegen mij, zegt ook houd je bek. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik vind het vreselijk.”

Etymologie

*(intensiverende) , letterlijk: prostituee die kanker heeft of wordt toegewenst