kandidaats

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een universitair diploma dat de universiteit aan studenten uitreikt die met goed gevolg het kandidaatsexamen hebben afgelegd
    Zelf was ik op die leeftijd geen haar beter. Eerst een jaar het ene baantje na het andere, toen twee afgebroken studies: psychologie en rechten. Na mijn kandidaats filosofie twee halve doctoraalstudies, wijsgerige antropologie en esthetica, samen helaas geen hele.

Etymologie

* afleiding van kandidaat