kandidaat
mannelijk (de)/kɑndiˈdat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) iemand die zich verkiesbaar gesteld heeft voor een politiek ambtDe kiescommissie ziet in haar een goede kandidaat.
- iemand die zich beschikbaar geteld heeft voor een baan of functieEr waren erg veel kandidaten voor de positie.
- een deelnemer aan een spelshowKandidaat nummer twee gaf als eerste het juiste antwoord.
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse candidatus ()
Vertalingen
DuitsKandidat, Bewerber, Kandidat
Spaanscandidato, candidato
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek