kanalisering

vrouwelijk (de)/ˌkanaliˈzerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waterbeheer (waterbeheer) het rechttrekken van een meanderende waterloop. De waterloop krijgt zo het karakter van een kanaal.
    Na de al te voortvarende kanalisatie van de grote rivieren, is Rijkswaterstaat nu weer bezig de rivieren de ruimte te geven.
  2. figuurlijk (figuurlijk) het in goede banen leiden van wilde emoties
    De kanalisering van allerlei onvrede is zeker óók een taak van de politiek.

Etymologie

* van kanaliseren

Vertalingen

Engelschannelization