kampioen
mannelijk (de)/kɑmpiun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) de winnaar van een kampioenschapWij zijn de kampioenen!
- voorvechter
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘de beste in een sport, voorvechter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1340
Vertalingen
Engelschampion
DuitsMeister
Spaanscampeón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek