kampioen

mannelijk (de)/kɑmpiun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) de winnaar van een kampioenschap
    Wij zijn de kampioenen!
  2. voorvechter

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘de beste in een sport, voorvechter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1340

Vertalingen

Engelschampion
DuitsMeister
Spaanscampeón