kampeeruitrusting

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. alle zaken die men nodig heeft om te kunnen gaan kamperen zoals een tent, slaapzak, matrasje en kooktoestel
    We hebben geen kampeeruitrusting bij ons.
  2. {{citeer|artikel|datum=11-01-2017|auteur=|titel=Jorrit Jorritsma beoogd rvc-voorzitter Heerenveen