kammen
/kɑmə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een kam haar in orde brengenZij is bezig haar haar te kammen.Zijn grote baard die hij elke dag aandachtig kamde was even breed als lang.
Etymologie
*afgeleid van kam
Vertalingen
Engelscomb
Franspeigner
Duitskämmen
Spaanspeinar
Poolsczesać
Deenskæmme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek