kamfer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde), (farmacologie) een stof met een brutoformule van C10H16O die voorkomt in het hout van de kamferboom Cinnamonum camphora en die witte tot transparante, wasachtige kristallen met een karakteristieke penetrante geur vormt
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘middel tegen motten, geneesmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Vertalingen
Engelscamphor
Franscamphre
DuitsCampher, Kampfer
Spaansalcanfor
Italiaanscanfora
Russischкамфора
Chinees樟腦
Japans樟脳
Poolskamfora
Zweedskamfer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek