kameraadschap
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vriend zijn` Als jij me niet gered had was ik nou geen Moeraspaard meer geweest,' zei het Moeraspaard. 'Vroeger noemde de familie dit kameraadschap, het Moeraspaard zelf noemt dit vriendschap. {{Aut|Herzen, Frank
Etymologie
*afgeleid van kameraad
Vertalingen
Spaanscamaradería
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek