kalkoenen

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoendervogels (hoendervogels) een voormalige onderfamilie van vogels uit de orde hoendervogels. Het zijn forse vogels die oorspronkelijk uit de bossen, moerasranden en het struikgewas van Noord- en Midden-Amerika komen. Tegenwoordig worden kalkoenen wereldwijd gehouden voor het vlees

Etymologie

* "kalkoen" met de uitgang -en