woorden
boek
Start
›
K
›
kalenderspreuk
kalenderspreuk
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een 'wijze' spreuk of citaat die op een kalender vermeld staat
' 'Is dat de kalenderspreuk van de dag?' 'Volgens mij komt het uit Batman.
Verwante woorden
Kale
Kaleb
kalebas
kalebasboom
kalebasfles
kalebasflessen
kalebassen
Kalebs
kalefaten
kalefater
kalefaterde
kalefaterden
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← kalenders
kalenderspreuken →