kalender
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) tabel die de verdeling van het jaar in dagen, weken of jaren aangeeft, evt. met feestdagen enzDe christelijke kalender, een kalender die tevens de christelijke feestdagen aangeeft.
- lijst van de kerkelijke feesten en heiligendagen
- (tijdrekening) jaartelling volgens deGregoriaanse kalender.Griekse kalender.Juliaanse kalender.
- gebeurtenissen en activiteiten die volgens een tijdschema gepland zijnDe politieke kalender.
Etymologie
*Afkomstig van het Duitse Kalender, wat weer van het Latijnse calendarium afkomstig is.
Vertalingen
Engelscalendar
Franscalendrier
DuitsKalender
Spaanscalendario, almanaque
Russischкалендарь
Poolskalendarz
Zweedskalender
Deenskalender
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek