kaker
mannelijk (de)/ˈkakər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die gevangen vis ontdoet van een deel van de ingewanden om houdbaarheid en smaak te verbeteren
Etymologie
*afgeleid van kaken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van kaken