kajotster

vrouwelijk (de)/kaˈjɔtstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) lid van de Vrouwelijke Katholieke Arbeiders Jeugd
    Als scholier in de oorlog in Brussel kwam D'Hondt terecht bij de vrouwelijke katholieke arbeiders jeugd, de VKAJ. Daar kreeg het idealisme vorm. Ze werd "kajotster" en kwam onder de invloed van priester Cardijn.

Etymologie

*afgeleid van "KAJ" waarbij J is weergegeven als "Jot"