kadet

mannelijk (de)/kaˈdɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zacht broodje in de vorm van een bol
  2. figuurlijk (figuurlijk) elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken

Etymologie

*[2] mogelijk vanwege de gelijkenis in vorm met het broodje of vanwege "cadet" "laatste in volgorde, achterste"