kabots
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) een platte muts of monnikskap die de kruin bedektEen zwart kabotseken heeft het [vogeltje] op zijne kop’Dodendans 55, Stijn Streuvels.
tussenwerpsel
- een woord dat de knal van een botsing aangeeftEr kwam een auto veel te hard van rechts. Kabots! Hij knalde erbovenop...
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek