kabel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) lijn van 3 tot 6 ineengedraaide touwen van hennep, kunststof, staal of ander materiaal
- (scheepvaart) kabel om het schip vast te leggen
- (elektrotechniek) is een samenstel van twee of meer geïsoleerde elektrische leidingen, met een gezamenlijke mantel
Etymologie
*Afkomstig via het Frans van het Latijnse zelfstandige naamwoord capulum (= touw), dat van het Latijnse werkwoord capere (= grijpen, pakken) komt
Uitdrukkingen
- Een kink in de kabel komen — iets tussen komen
Vertalingen
Engelscable, hawser, wire
Franscâble, fil électrique
DuitsStahltrosse, Drahtseil, Kabel
Spaanscable, cabo
Italiaanscavo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek