kabbelen
/'kɑbələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) zacht stromen en geluid makenHet beekje kabbelt tussen de velden en langs de bossen.
Etymologie
*Het woord is een onomatopee.
Vertalingen
Engelsripple, babble
Franschapoter
Duitsplätschern, rieseln
Spaansmurmurar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek