kaatsen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (sport) een (vooral in Friesland beoefende) balsport spelen waarbij twee teams met de hand een balletje naar de tegenpartij slaan en daarbij op bepaalde manieren punten kunnen scoren
- (erga) een min of meer elastische botsing ondergaanDe bal kaatste via de paal in het net.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘balslaan’ voor het eerst aangetroffen in 1374
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek