kaarten
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een kaartspel spelenEr werd die avond gezellig wat gekaart en gepraat.Op de derde dag kwamen we aan bij een verlaten herdershut langs de woeste Kerns rivier en besloten al snel daar te blijven voor een zero in de natuur. De hele dag werd er gekaart, vuur gemaakt, gezwommen en geschilderd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kaartspelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1394
Vertalingen
Engelsplay cards
Fransjouer aux cartes
Spaansjugar a las cartas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek