woorden
boek
Start
›
K
›
kaarsenpit
kaarsenpit
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
katoenen koord in het midden van een kaars, dat werkt door capillaire werking om de brandstof (kaarsvet) naar de vlam te transporteren
Synoniemen
lont
wiek
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← kaarsenpannen
kaarsenpitten →