kaap

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) een in zee vooruitstekende landpunt.
  2. (Vlaams) belangrijk moment, mijlpaal.
  3. scheepvaart (scheepvaart) van oudsher een baken gebruikt door de scheepvaart met een kenmerkende vorm, opgetrokken uit hout of metaal.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘landtong’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567

Vertalingen

Engelscape
Franscap
DuitsKap, Meilenstein
Spaanscabo
Italiaanscapo