kaalkop

mannelijk (de)/ˈkalkɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand zonder haar op zijn hoofd
    ‘Ach, modes zijn net zo veranderlijk als het klimaat in tijden van CO2,’ zei Patrick. ‘Op een dag keert het schaamhaar in volle glorie terug. Behalve bij die belazerde gelaserde gevallen. Dat worden dan de paria’s van de nieuwe tijd. Net zo bespot en buitengesloten als de kaalkop uit de tijd toen mannen hun schedel nog niet schoren om op een boeddhist of sportschoolgoeroe te lijken.’ NRC 29 juni 2016
  2. een soort zeebaars

Etymologie

* In de betekenis van ‘iem. met een kaal hoofd’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelsbaldy, baldie, baldhead
Franschauve, crâne d'œuf
DuitsGlatzkopf, Kahlkopf
Spaanspelón, pelona, pelado
Italiaanspelato, pelata, calvo
Zweedsflintis, flintskalle