kaakstoot
mannelijk (de)/ˈkakstot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een stomp tegen de onderkaakHandbalster Angela Malestein (25) brak nooit iets. Tot negen weken geleden, tot de kaakstoot op haar neus, waar ze eind vorige maand van hersteld was. Tubantia Lisette van der Geest 05-04-18 [https://www.tubantia.nl/andere-sporten/soms-gaat-het-er-best-hard-aan-toe~af50edb4/ 'Soms gaat het er best hard aan toe']De partijgenoot van ex-premier Gerrit Schotte gaf haar collega Giselle Mc William een kaakstoot tijdens een openbare vergadering. De Telegraaf 24 feb. 2017 [https://www.telegraaf.nl/video/1317880/curacaose-parlementarier-slaat-collega-in-gezicht Curaçaose parlementariër slaat collega in gezicht]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek