juchtleer

onzijdig (het)/ˈjʏxtler/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oorspronkelijk uit Rusland afkomstig waterafstotend leer dat met berkenteerolie bereid is
    De soldatenlaarzen waren van juchtleer vervaardigd.

Etymologie

* Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘soort leer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1609

Vertalingen

Spaanspiel de Rusia