jubileum
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- feestelijke herdenking van de dag waarop iets gebeurde of begonEen jubileum waar niemand bij stil staat, verdient die naam misschien niet. Een herdenking met één deelnemer, dat klinkt niet koosjer. Toch grijp ik de gelegenheid, omdat het kinderboek dat precies 25 jaar geleden verscheen, met elke verhuizing mee mocht: Plinius Pinguïn (1990) van Boudewijn Büch (1948-2002), met tekeningen van Pauline Drost. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 [https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/in-depressieve-plinius-pinguin-een-zelfportret-zien~bc83f98c/ In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien]
Etymologie
*Van Latijn iubilaeus (jubeljaar), verwant met Grieks iobèlos en oorspronkelijk Hebreeuws jobhel (jubileum, ramshoorn, letterlijk: ram). Vergelijk voor de achtergrond hiervan Leviticus 25:9,10.
Vertalingen
Engelsjubilee
Fransjubilé
DuitsJubiläum
Spaansjubileo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek