jouw

mannelijk (de)/jɑu/

Betekenis

voornaamwoord
  1. informeel (informeel) van jou
    Is dat jouw auto?
    ’Ik moet er zelf niet aan denken. Maar het is jouw leven en als je er blij van wordt moet je het gewoon doen.’
zelfstandig naamwoord
  1. uitroep (van vreugde)
  2. uitroep (van spot)

Etymologie

* In de betekenis van ‘bezittelijk voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1290

Vertalingen

Engelsyour
Franston, ta, tes
Duitsdein
Spaanstu, tus
Italiaanstuo, tua, tuoi
Russischтвой