jour
mannelijk (de)/ʒur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dag (als tijdsbestek waarin iets gebeurt of waarin het licht is), alleen in onderstaande verbindingen
- (geschiedenis) (tussen 1890 en 1940) bepaalde dag waarop men gasten ontvangt‘Mevrouw Etiquette’ noemt de jour een ‘noodzakelijk kwaad’, en beschrijft laatdunkend hoe sommige dames elkaar proberen te overtroeven in de drukte van hun jours.
Etymologie
*van "jour"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek