jopper
mannelijk (de)/ˈjɔpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) halflange, overjas met ritssluiting en hoge kraag
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zeilkiel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1941
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek