jonassen

/ˈjonɑsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. aan armen en benen heen en weer slingeren
    We hadden met hem gejonast.

Etymologie

*(eponiem), afgeleid van "Jonas" , een verwijzing naar de profeet uit het boek Jona in de , in de betekenis van ‘iemand met zijn tweeën horizontaal vasthouden en heen en weer slingeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1669