joh

/jɔ/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. spreekt iemand aan om ontsteltenis of protest uit te drukken
    Hou eens op, joh!
    'Hé joh, gaat het wel?' zegt Lot, die er nóg een hand bij legt.
    'Ja, ik„ Ik ben er een beetje stil van ' 'O, nee joh, zo erg is het niet.

Etymologie

* In de betekenis van ‘tussenwerpsel: aanspreekvorm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924