jengelen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- zeuren, zaniken, jammeren, tot last zijnDie kinderen jengelen de hele dag.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het jengelen in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
* In de betekenis van ‘dwingend huilen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1528
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek