je

/jə/

Betekenis

voornaamwoord
  1. van jij.
    Je hebt een leuke partner. (onderwerp).
    Wat zoek je?
  2. van jou.
    Iedereen kent je (lijdend voorwerp).
    Ik geef het je morgen wel (meewerkend voorwerp).
    Ze houden van je (na voorzetsel).
voornaamwoord
  1. informeel voor onbepaald men
    Je weet nooit wat er kan gebeuren.
    Het zal je maar gebeuren.
    Dat is beter voor je.
voornaamwoord
  1. wordt gebruikt bij de tweede persoon enkelvoud- en meervoud.
    Jij kleedt je aan.
    Jullie wassen je.
voornaamwoord
  1. tweede persoon enkelvoud van jouw.
    Heb je problemen met je pc?
    Spreek je moerstaal!
  2. tweede persoon meervoud van jullie.
    Hebben jullie je moeder nog bezocht?

Etymologie

* In de betekenis van ‘persoonlijk voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1618

Uitdrukkingen

  • ik hou van je, ik houd van je
  • ik zie je graag

Vertalingen

Duitsdein