jassen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov), (informeel) [er]door(heen) ~: iets snel en tegelijk meestal slordig afwerkenHij probeerde het plan er snel doorheen te jassen.
- (ov), (informeel) [er]door(heen) ~: snel en verspillend opgebruikenHoeveel geld heb jij er vanavond doorheen gejast?
- (ov), (informeel) eruit ~ iets of iemand ergens wegwerken, de deur uit werkenLaten we hem maar snel eruit jassen.
- (ov), (informeel), (kookkunst) (aardappels) schillenDie piepers moeten nog gejast.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in 1738
Vertalingen
Engelspeel, shell
Spaansdescortezar, mondar, pelar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek