jassen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, informeel (ov), (informeel) [er]door(heen) ~: iets snel en tegelijk meestal slordig afwerken
    Hij probeerde het plan er snel doorheen te jassen.
  2. ov, informeel (ov), (informeel) [er]door(heen) ~: snel en verspillend opgebruiken
    Hoeveel geld heb jij er vanavond doorheen gejast?
  3. ov, informeel (ov), (informeel) eruit ~ iets of iemand ergens wegwerken, de deur uit werken
    Laten we hem maar snel eruit jassen.
  4. ov, informeel, kookkunst (ov), (informeel), (kookkunst) (aardappels) schillen
    Die piepers moeten nog gejast.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in 1738

Vertalingen

Engelspeel, shell
Spaansdescortezar, mondar, pelar