januari
mannelijk (de)/jɑnyˈwari/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) de eerste maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalenderJanuari is een van de koudste maanden van het jaar.In de tuin groeiden Teresa's zaadjes voorspoedig; uit de bemeste voren waar ze ze in januari samen met Olive in had gestopt, kwamen piepkleine blaadjes op.
Etymologie
*Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘eerste maand’ voor het eerst aangetroffen in 1293 (eponiem): van het Latijnse mensis Ianuarius (de maand van de Romeinse god Janus, )
Vertalingen
EngelsJanuary
Fransjanvier
DuitsJanuar
Spaansenero
Italiaansgennaio
PortugeesJaneiro, janeiro
Russischянварь
Chinees一月
Japans1月
Koreaans일월
Arabischيناير
Turksocak
Poolsstyczeń
Zweedsjanuari
Deensjanuar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek