jambe
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈjɑmbə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (letterkunde) versvoet van een onbeklemtoonde lettergreep, gevolgd door een beklemtoonde
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘versvoet’ voor het eerst aangetroffen in 1623
Vertalingen
Engelsiamb
Spaansyambo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek