jakobsschelp

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈjakɔpˌsxɛlᵊp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweekleppigen (tweekleppigen) benaming voor bepaald soort mosselachtig schelpdier
  2. oorspronkelijk
  3. veelal gebruikt voor

Etymologie

* In de betekenis van ‘schaal van oestersoort’ voor het eerst aangetroffen in 1613

Vertalingen

Engelsscallop
Franscoquille Saint-Jaques
DuitsJakobsmuschel
Spaansconcha de Santiago, vieira
Italiaanscapasanta
Portugeesvieira
Japansホタテガイ, 帆立貝
Koreaans가리비
Zweedsmussla