jakobsladder

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de zeer lange ladder die aartsvader Jakob in een droom zag
  2. ronddraaiende riem of ketting waaraan bakken zijn bevestigd die graan, modder enz. naar boven brengen
  3. bloemplanten (bloemplanten) is een kruidachtige, vaste plant uit de vlambloemfamilie
  4. elektrotechniek (elektrotechniek) is een elektrisch fenomeen dat een continue serie vonken omhoog laat rijzen

Etymologie

* In de betekenis van ‘over schijven lopende ketting met bakken’ voor het eerst aangetroffen in 1858

Vertalingen

Franspolémoine bleue
Spaansescalera de Jacob, cinta transportadora, noria
Poolswielosił błękitny
Zweedsblågull