jacquet
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) kostuum voor mannen waarvan de jas weggesneden panden heeft en waarbij meestal een gestreepte broek wordt gedragenin de jaren zestig van de twintigste eeuw(!) kwam het in Delft nog voor dat wanneer men niet in jacquet op het tentamen verscheen, de hoogleraar automatisch een onvoldoende gaf
- (spel) soort van triktrak ofwel backgammon
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘pandjas’ voor het eerst aangetroffen in 1897
Vertalingen
Engelsmorning dress, morning coat
Fransjaquette
DuitsCut, Cutaway
Spaanschaqué, chaqueta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek