jachtopziener

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) persoon die toeziet op naleving van jachtwet
    Mijn buurman is jachtopziener.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van jacht en de stam van opzien

Vertalingen

Engelsgamekeeper
Fransgarde-chasse
DuitsJagdaufseher, Wildhüter
Spaansguarda de caza