ja-stem

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈjastɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitgesproken steun voor een voorstel bij besluitvorming waarbij alle leden van een groep zich voor of tegen kunnen uitspreken
    Veel partijen vonden dat de ja-stem van Turkse Nederlanders laat zien dat er grote problemen zijn met de integratie.

Etymologie

*, gespeld met een koppelteken volgens spellingregel 6.I onder (6) "zelfnoemfunctie"